Het korte antwoord: ja, maar alleen in de juiste context.
De Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel oordeelde op 2 september 2025 dat een antwoord met een ‘duim omhoog’-emoticon in combinatie met de omliggende feiten en het opvolgend gedrag van partijen als aanvaarding van een aanbod kan gelden.
Wat is precies gebeurd?
Een communicatiebureau stuurde eind 2023 een gedetailleerd voorstel voor jaarwerk naar een marketingmanager van een klant.
Drie minuten na ontvangst antwoordde die marketingmanager — zonder extra tekst — met een ‘duim omhoog’ (👍).
Vervolgens leverde het bureau diensten en werden facturen verstuurd die ook werden betaald.
Later ontstond discussie binnen de klantorganisatie over de interne vraag of er wel een formeel “jaarcontract” was gesloten, waarna het bureau de rechtbank inschakelde.
De rechtbank concludeerde dat de ‘duim omhoog’ in het licht van de begeleidende omstandigheden niet anders geïnterpreteerd kon worden dan als een bevestiging dat het aanbod werd aanvaard.
Welke juridische regels liggen hieraan ten grondslag?
Volgens artikel 5.18 en 5.19 van het Burgerlijk Wetboek komt een contract tot stand door de aanvaarding van een aanbod dat alle essentiële en substantiële bestanddelen omvat.
Artikel 5.20 verduidelijkt het begrip aanvaarding als elke verklaring of andere gedraging van de bestemmeling van het aanbod die uitdrukt dat hij ermee instemt, zonder aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen van essentiële of substantiële bestanddelen.
Artikel 5.21 voegt toe dat het contract komt tot stand op het ogenblik en op de plaats waar de aanvaarding de aanbieder bereikt
Deze teksten laten ruimte voor gedragingen (niet alleen woorden) als wilsuiting, precies wat de rechtbank in deze zaak heeft benadrukt.
Waarom oordeelde de rechtbank in deze context dat de emoji bindend was?
De rechtbank wikt en weegt de context. Een emoji is op zich neutraal, maar in samenhang met de communicatie en het gedrag daarna blijkt dat partijen de overeenkomst als gesloten beschouwden.
De rechtbank noemde (kort samengevat) als bewijselementen:
– de context waarin het aanbod werd gedaan en de gebruikelijke betekenis van de ‘duim omhoog’ als “ok/akkoord”;
– het directe vervolg: binnen korte tijd nam men operationele stappen: telefonische opvolging, opzet van strategieën en maandelijkse facturatie conform het aanbod;
– de uitvoering van diensten door het bureau en de onvoorwaardelijke betaling van facturen door de klant;
– het ontbreken van tijdige, duidelijke tegenreactie of expliciete herroeping waarna nog steeds facturen werden voldaan.
Kortom, in dit concrete geval oordeelde de Rechtbank dat de emoji in combinatie met de concrete uitvoering voldoende bewijs opleverden van aanvaarding van het aanbod zodat effectief een contract was gesloten.
Wat te onthouden
Context is alles. Een korte bevestiging (en dus ook een emoji) kan bindend worden als het aanbod helder is en partijen nadien handelen alsof er een contract is.
Bewijsvoering blijft cruciaal. Bewijs van uitvoering zoals prestaties, facturen, betalingen, e-mails met opvolging kunnen in geval van juridische discussie beslissend zijn. Hou administratie en e-correspondentie ordelijk bij.
Wil je als ontvanger van een aanbod niet ongewild gebonden zijn, reageer dan niet al te lichtzinnig op de communicatie die je ontvangt. Laat een formele goedkeuring afhangen van een expliciete ondertekening of andere duidelijke schriftelijke bevestiging. Zijn er op bedrijfsniveau interne goedkeuringsregels, verwijs daar dan naar en laat weten dat deze moeten worden gevolgd vooraleer een akkoord kan worden gegeven. Dat vermindert de kans op latere discussie over de betekenis van korte reacties.